|
Prinsheerlijk Garderen
Midden op de Veluwe ligt,
temidden van bossen, stuifzand en heide, Garderen. Een klein, gezellig
dorp dat in de zomermaanden het inwoneraantal ziet verveelvoudigen. Ondanks de
vele gasten die de weg naar Garderen vinden, blijft het dorp rust en ruimte
uitstralen. Voel u op de Veluwe de koning te rijk, de ondernemers heten u welkom
in Prinsheerlijk Garderen.
Garderen, een heel oud
dorp...
Na een
bewoningsgeschiedenis van al ruim 4000 jaar is nog steeds niet duidelijk wanneer
de naam van het dorp is ontstaan. Tot 1447 was Garderen de hoofdplaats van de
gemeente omdat hier de schout, die tevens de herbergier was, woonde. De schout
ging later naar Barneveld waardoor de naam veranderde van Schoutambt Garderen in
Schoutambt Barneveld. De naam Garderen is terug te voeren op 'Gard' en
'haar', oftewel gaarde op een lage heuvel. Al aan het begin van de 19e eeuw
brachten de mensen hun vakantie door in Garderen. Zij bewoonden dan tijdelijk en
tegen vergoeding het huis van dorpsbewoners, die zelf onderdak vonden in het
bakhuis. Steeds meer recreanten vonden Garderen en na de invoering van de vrije
zaterdag ontstond menig recreatiebedrijf. Door al deze veranderingen werd
Garderen van een boerendorp een vakantiebestemming bij uitstek. Een dorp dat
ondanks z'n vele gasten haar identiteit heeft weten te behouden.
Verbintenis met de
Oranjes
Zo dicht gelegen bij
koninklijk Apeldoorn is het niet verwonderlijk dat de naam "van
Oranje" nogal eens opduikt. Koningin Wilhelmina had rond Garderen geliefde
plekjes om de schilderen en Willem de derde gebruikte het Uddelermeer als
hofvijver. Komt men de naam Koningswegen tegen dan zijn dat oude jachtwegen,
aangelegd in opdracht van Willem de derde. Deze wegen vormden de verbinding
tussen de jachthuizen en de bossen waarin werd gejaagd.
Naast de NH kerk op
"de kerkhof" ligt één van de bekendste schaapherders van Nederland
begraven, Klaas van Essen. Hij was een goede vriend van het koninklijk huis.
Zijn grafsteen is dan ook ondertekend door ZM Koning Willem III en ZKH Prins
Frederik Hendrik der Nederlanden.
Garderen, baken voor de
vissers
Van welke kant men
Garderen ook binnenkomt, twee nadrukkelijke blikvangers vallen op. Door de hoge
ligging van Garderen waren de molen en de toren van de NH kerk in vroeger tijden
bakens voor de vissers op de Zuiderzee. De toren is een bouwsel uit de 14e eeuw,
de klokkentoren dateert uit de 15e eeuw, terwijl de spits is opgebouwd in
de 18e eeuw.
Korenmolen "De
Hoop" is gebouwd in 1853, volgens de geschiedenis werd er in 1434 al
windrecht betaald aan de hertog van Gelre, toen was er dus
al sprake van een maalwerk. De molen is een druk bezochte plaats,
behalve dat er vanaf de bovenverdieping nog regelmatig gemaald wordt, is op
de benedenverdieping het VVV kantoor gevestigd. Zowel de toren als
de molen zijn 's-avonds verlicht.
Wandelingen naar het
verleden........
Vanuit Garderen kan men
in een kwartiertje naar Bergsham wandelen. Een mooie route die naar de ruim 2500
jaar oude grafheuvels (tumuli) uit de oude- en middelbronstijd (1700-700 voor
Chr.) voert. Overblijfselen zien vanuit verschillende ijstijden kan ook. Op de
weg van Garderen naar Uddel na de Solse berg, bevinden zich drie hellingen in de
weg, overblijfselen van strandwallen uit één van de ijstijden. Door de
noordelijke ijsafsluiting kon het water niet wegstromen en vormde zich tegen de
Solse berg een meer. Naarmate het ijs verdween zakte het water en vormde
gedurende een bepaalde tijd strandwallen. Iets verder op ligt het Uddelermeer,
ook een overblijfsel uit die ijstijden. Eens was het een pinto, een soort
ijsheuvel die diep in de ondergrond doordrong en zo na het wegsmelten, een meer
achterliet. Bij het meer ligt de Hunnenschans, een soort verdedigingswerk uit de
vroege middeleeuwen.
Het 'Solse Gat'
Een half uurtje lopen
vanaf Garderen ligt het 'Solse Gat', een erosiekuil diep in de Speulder- en
Sprielderbossen gelegen. Vanaf het dorp neemt men eerst de Speulderbosweg en
daarna de Laak. Deze weg, de naam zegt het al, vormt de scheiding tussen
Speulder- en Sprielderbos, twee oeroude bossen met een historie die in het
duister van een ver verleden wegduikt. En dan duikt plotseling het 'Solse Gat'
op. Vooral in de lente en in de herfst ligt het temidden van een weergaloze
schoonheid. De poel onder in het gat is weer schoongemaakt en men kan rustig
genieten van de stilte en eens mijmeren over alle spookverhalen die over deze
kuil worden verteld. Ook een nachtwandeling naar deze plek, vooral als het volle
maan is, is zeker aan te bevelen.
'De Dunen'
In één van de latere
ijstijden kreeg de wind vrij baan op de nog vaak boomloze vlaktes en joeg het
zand voor zich uit. Vlak bij Garderen lag een stuk bos (Speulderbos) en daar
sloeg al dat stuifzand neer. Het is nu een schitterend natuurgebied geworden met
veel in elkaar overlopende heuvels, aan de ene kant zachte glooiingen en aan de
andere kant steile hellingen. Het in de diepte liggende oude boombos geeft in
alle jaargetijden een schitterend aanzicht.
Naar de
zandverstuivingen...
Het Kootwijker- en
Harskamperzand zijn de grootste zandverstuivingen van Europa. Op deze voor het
publiek vrij toegankelijke natuurterreinen van Staatsbosbeheer kan men uren
dwalen zonder ook maar een mens tegen te komen. In de vroege middeleeuwen waren
deze zandvlakten normale leefgebieden. Hier leefden en werkten boeren. Doordat
de boeren roofbouw pleegden op de grond ontstonden uiteindelijk grote
zandverstuivingen. In 1898 begon Staatsbosbeheer met bebossing, wat de meest
effectieve manier bleek om het stuifzand tegen te gaan. In dat stuifzand
opgegroeide oude dennen zijn herkenbaar aan de gedrongen vorm en brede takken.
|