Omgeving

De camping ligt op de weg tussen de dorpen Putten en Garderen, beide met een rijke historie. De achtertuin van de camping bestaat uit 2000 hectare bos, het bos van de dansende bomen, een uniek startpunt voor wandelaars en fietsers!

In de directe omgeving vindt u ook sportieve uitdagingen, attractieparken en cultuurbeleving, kortom voor ieder wat wils!

tips voor een dagje uit:

Garderen

Midden op de Veluwe ligt, temidden van bossen, stuifzand en heide, Garderen. Een klein, gezellig dorp dat in de zomermaanden het inwoneraantal ziet verveelvoudigen. Ondanks de vele gasten die de weg naar Garderen vinden, blijft het dorp rust en ruimte uitstralen. Voel u op de Veluwe de koning te rijk, de ondernemers heten u welkom in Prinsheerlijk Garderen.

Garderen, een heel oud dorp…
Na een bewoningsgeschiedenis van al ruim 4000 jaar is nog steeds niet duidelijk wanneer de naam van het dorp is ontstaan. Tot 1447 was Garderen de hoofdplaats van de gemeente omdat hier de schout, die tevens de herbergier was, woonde. De schout ging later naar Barneveld waardoor de naam veranderde van Schoutambt Garderen in Schoutambt Barneveld. De naam Garderen is terug te voeren op ‘Gard’ en ‘haar’, oftewel gaarde op een lage heuvel. Al aan het begin van de 19e eeuw brachten de mensen hun vakantie door in Garderen. Zij bewoonden dan tijdelijk en tegen vergoeding het huis van dorpsbewoners, die zelf onderdak vonden in het bakhuis. Steeds meer recreanten vonden Garderen en na de invoering van de vrije zaterdag ontstond menig recreatiebedrijf. Door al deze veranderingen werd Garderen van een boerendorp een vakantiebestemming bij uitstek. Een dorp dat ondanks z’n vele gasten haar identiteit heeft weten te behouden.

Verbintenis met de Oranjes
Zo dicht gelegen bij koninklijk Apeldoorn is het niet verwonderlijk dat de naam “van Oranje” nogal eens opduikt. Koningin Wilhelmina had rond Garderen geliefde plekjes om de schilderen en Willem de derde gebruikte het Uddelermeer als hofvijver. Komt men de naam Koningswegen tegen dan zijn dat oude jachtwegen, aangelegd in opdracht van Willem de derde. Deze wegen vormden de verbinding tussen de jachthuizen en de bossen waarin werd gejaagd.
Naast de NH kerk op “de kerkhof” ligt één van de bekendste schaapherders van Nederland begraven, Klaas van Essen. Hij was een goede vriend van het koninklijk huis. Zijn grafsteen is dan ook ondertekend door ZM Koning Willem III en ZKH Prins Frederik Hendrik der Nederlanden.

Garderen, baken voor de vissers
Van welke kant men Garderen ook binnenkomt, twee nadrukkelijke blikvangers vallen op. Door de hoge ligging van Garderen waren de molen en de toren van de NH kerk in vroeger tijden bakens voor de vissers op de Zuiderzee. De toren is een bouwsel uit de 14e eeuw, de klokkentoren dateert uit de 15e eeuw, terwijl de spits is opgebouwd in de 18e eeuw.
Korenmolen “De Hoop” is gebouwd in 1853, volgens de geschiedenis werd er in 1434 al windrecht betaald aan de hertog van Gelre, toen was er dus al sprake van een maalwerk. De molen is een druk bezochte plaats, behalve dat er vanaf de bovenverdieping nog regelmatig gemaald wordt, is op de benedenverdieping het VVV kantoor gevestigd. Zowel de toren als de molen zijn ‘s-avonds verlicht.

Wandelingen naar het verleden……..
Vanuit Garderen kan men in een kwartiertje naar Bergsham wandelen. Een mooie route die naar de ruim 2500 jaar oude grafheuvels (tumuli) uit de oude- en middelbronstijd (1700-700 voor Chr.) voert. Overblijfselen zien vanuit verschillende ijstijden kan ook. Op de weg van Garderen naar Uddel na de Solse berg, bevinden zich drie hellingen in de weg, overblijfselen van strandwallen uit één van de ijstijden. Door de noordelijke ijsafsluiting kon het water niet wegstromen en vormde zich tegen de Solse berg een meer. Naarmate het ijs verdween zakte het water en vormde gedurende een bepaalde tijd strandwallen. Iets verder op ligt het Uddelermeer, ook een overblijfsel uit die ijstijden. Eens was het een pinto, een soort ijsheuvel die diep in de ondergrond doordrong en zo na het wegsmelten, een meer achterliet. Bij het meer ligt de Hunnenschans, een soort verdedigingswerk uit de vroege middeleeuwen.

Het ‘Solse Gat’
Een half uurtje lopen vanaf Garderen ligt het ‘Solse Gat’, een erosiekuil diep in de Speulder- en Sprielderbossen gelegen. Vanaf het dorp neemt men eerst de Speulderbosweg en daarna de Laak. Deze weg, de naam zegt het al, vormt de scheiding tussen Speulder- en Sprielderbos, twee oeroude bossen met een historie die in het duister van een ver verleden wegduikt. En dan duikt plotseling het ‘Solse Gat’ op. Vooral in de lente en in de herfst ligt het temidden van een weergaloze schoonheid. De poel onder in het gat is weer schoongemaakt en men kan rustig genieten van de stilte en eens mijmeren over alle spookverhalen die over deze kuil worden verteld. Ook een nachtwandeling naar deze plek, vooral als het volle maan is, is zeker aan te bevelen.

‘De Dunen’
In één van de latere ijstijden kreeg de wind vrij baan op de nog vaak boomloze vlaktes en joeg het zand voor zich uit. Vlak bij Garderen lag een stuk bos (Speulderbos) en daar sloeg al dat stuifzand neer. Het is nu een schitterend natuurgebied geworden met veel in elkaar overlopende heuvels, aan de ene kant zachte glooiingen en aan de andere kant steile hellingen. Het in de diepte liggende oude boombos geeft in alle jaargetijden een schitterend aanzicht.

Naar de zandverstuivingen…
Het Kootwijker- en Harskamperzand zijn de grootste zandverstuivingen van Europa. Op deze voor het publiek vrij toegankelijke natuurterreinen van Staatsbosbeheer kan men uren dwalen zonder ook maar een mens tegen te komen. In de vroege middeleeuwen waren deze zandvlakten normale leefgebieden. Hier leefden en werkten boeren. Doordat de boeren roofbouw pleegden op de grond ontstonden uiteindelijk grote zandverstuivingen. In 1898 begon Staatsbosbeheer met bebossing, wat de meest effectieve manier bleek om het stuifzand tegen te gaan. In dat stuifzand opgegroeide oude dennen zijn herkenbaar aan de gedrongen vorm en brede takken

Putten

Putten is een gezellig dorp op de Veluwe met een eeuwenlange geschiedenis. Talrijke monumenten, boerderijen en straatnamen herinneren in het hedendaagse Putten aan de rijke historie. Putten wordt omringd door heide, bossen, randmeren en polders. De natuurgebieden Speulder- en Sprielderbos, Putterbos, Delta Schuitenbeek en het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland bieden een afwisselend decor waarin je urenlang kunt fietsen en wandelen.